Op 21 februari 1985 werd de dertiende Elfstedentocht gereden, gister precies 22 jaar geleden. Het was weer de eerste keer na die mythische monstertocht van 1963 waar mijn ouders mijn hele jeugd spannende verhalen over had verteld. De tocht der tochten, de hel van het Noorden, Siberische temperaturen van -18 met ijskoude wind. Van de 10.000 toerrijders haalden slechts 69 de eindstreep na een tocht van minimaal vijftien uur.

De verhalen over ’63 werden iedere winter weer verteld, zodra het maar een beetje vroor. Ieder jaar was weer de grote vraag: gaat het dan dit jaar eindelijk weer gebeuren? Komt er weer een tocht? Hoe dikker het ijs, hoe spannender het werd. Ik werd dan ook -geheel tegen mijn zin- het ijs op geduwd om zelf te gaan schaatsen. Ik moest niet zeuren, want echte Friezen piepen niet over wat wind en kou. Neem 1963, toen zeurde ook niemand. Immers. Schaatsen is echter niet aan mij besteed. Liever herbeleefde ik die Elfstedentocht op een andere manier: met het Elfstedenspel.

Mijn zusje en ik speelden avond na avond het Elfstedenspel, waarbij we moesten klunen, sinaasappels kregen van omstanders en een heftige strijd leverden om dat felbegeerde elfstedenkruis te bemachtigen. Het spel was tweetalig en ieder neefje of nichtje dat niet zoals wij in een Fries dorp was opgegroeid, moest van ons verplicht de kaartjes in het Fries voorlezen. Hilarisch uiteraard. Het spel versterkte dat gevoel van mystiek. Voor mijn geestesoog zag ik ze schaatsen, tegen weer en wind en stelde me voor het zelf ooit echt mee te maken. Uitdrukkingen uit het spel gebruiken we nog steeds. “Jo ha de guit wer,” betekent dat je er weer tegenaan kunt.

Dus toen Van der Meulen met een nieuwe uitgave van het Elfstedentocht-spel uitkwam, stond ik te springen. En ik blijk niet de enige te zijn. In drie dagen waren er al 3000 van de 5000 gemaakte spellen verkocht, wat het een enorm succesvolle actie maakte. De actie was dan ook Friezer dan Fries: het spel was alleen te krijgen bij de Poiesz – een supermarktketen uit het Noorden – en bij een pakje roggebrood. “Inmiddels zijn andere supermarkten en andere regio’s geïnteresseerd,” aldus Frank Wildschut, product manager bij Van der Meulen.

De actie is typisch een voorbeeld van het juiste ding op het juiste moment. “Steeds meer families spelen spellen met elkaar,” zegt Frank hierover, “ik hoor overal in mijn omgeving dat spellen weer helemaal terugkomen.” Daarnaast past een spel met deze nostalgische lading precies bij een bedrijf als Van der Meulen – De Meesterbakkers. Gelokaliseerd in het hoge Noorden maakt Van der Meulen al decennia roggebrood, beschuit en Melba Toast. Al in 1985 – dat jaar van die eerste keer Elfstedentocht weer na 22 jaar – ontwikkelde het bedrijf ter ere van hun 75-jarig jubileum dit spel. Ook toen vlogen de spellen de winkels uit en waren ze snel uitverkocht.

Het spel is enorm thematisch en grijpt de sfeer van een Elfstedentocht prima: je moet klunen, veel en vaak, je moet je schaatsen onderbinden, je eet snert en roggebrood (das dan de reclame, want alleen die acties leveren veel winst op) en soms breekt ook gewoon je schaats, beland je in scheur of verdwaal je op het Slotermeer.

Het spel blijkt helaas niet een heruitgave te zijn van het spel dat ik vroeger zoveel gespeeld heb, maar een Ganzenbord-variant waarbij de dobbelsteen bepaalt wat er gebeurt. En dat is prima. Want wat het beoogt te doen, doet het goed. Het roept weer voor even dat gevoel van nostalgie en mystiek op, ondanks latere edities van de Elfstedentocht die maar slappe aftreksels waren. Het brengt families bij elkaar, die samen een spel doen in plaats van afzonderlijk achter tv’s, laptops of iPads kruipen. Als je dan niet samen op de schaatsen kunt staan, of juichend langs de Bonkevaart, dan is dit een goed alternatief. Als er nu nog een bedrijf besluit om mijn eigen oude spel opnieuw uit te geven, kan ik mijn geluk niet op en sta vooraan in de rij. Met eventueel een paar pakken roggebrood.

Please follow and like us: